A long way down

Bogotá veilig?

July 9, 2009 · Leave a Comment

Puerta antigua, la Candelaria

Bogotá is statistisch gezien een relatief veilige stad, de slechte buurten op de berghellingen in het zuiden en uiterste noorden daargelaten. Ik ben daar nog niet geweest, maar wil er wel een keer heen, onder begeleiding, zonder geld en dingen van waarde.*

Zo nu en dan bereiken je berichten uit die armere wijken. Gisteren kreeg de situatie aldaar een gezicht. Een neefje van een vriendin, zeventien jaar oud, is op straat doodgeschoten. Erg treurig, al onderhoudt ze weinig contact met dat deel van de familie. De laatste keer dat ze haar nu overleden neefje de hand schudde was een jaar geleden, uitgerekend op de begrafenis van zijn oudere broer. Toen was hij al aan de drugs. Twee andere broers waren al eerder omgekomen door drugsgerelateerd geweld, dus heel verrassend is zijn lot niet te noemen. De begrafenis zal ongetwijfeld net als de vorige naar Mexicaans gebruik worden opgeluisterd door mariachi’s. Krijsende vrouwen en wraakgevoelens zullen het drama compleet maken.

Filmmakers zouden een hoop ‘plezier’ kunnen beleven aan het Colombiaanse ‘tokkie-gezin‘ waar de jongen uit voortkwam. De aan de drank geraakte vader, een overtuigd ‘Uribista’ (aanhanger van de rechtse president Uribe en alleen al daarom niet geliefd bij de rest van de familie), verwekte maar liefst twintig kinderen bij verschillende vrouwen en liet ze stuk voor stuk aan hun lot over. Alleen de vrouwen uit het gezin weten zich aan de malaise te onttrekken door hard werken en het opzetten van eigen bedrijfjes. De oudste zoon is succesvol als advocaat. Het is afwachten wat er met de jongste telgen uit het gezin zal gebeuren. Ze zijn nu nog tussen de acht en twaalf jaar oud, terroriseren ze over enkele jaren ook hun buurt?

Personas de la calle

Ook in het oude centrum waar ik woon leven veel mensen op straat. Voor de meeste ‘personas de la calle‘ hoef je je geen zorgen te maken. Ze bedelen, laten je verder doorgaans met rust en zijn in tegenstelling tot de junks in Amsterdam wél blij met een stuk brood. Met de ‘recicladores’ is het bovendien goed zaken doen. Dylan en William brengen me wekelijks een zak hout voor de open haard en als ik het geld niet gepast heb gaan ze gerust een biljet voor je wisselen.

Helaas is er ook een ander slag mensen op straat te vinden, dus je moet wel goed op je hoede blijven. Ik ben al twee keer in aanraking gekomen met een drugsverslaafde ‘loco‘ die me erg agressief benadert. De eerste keer dat ik hem weigerde iets te geven bleef hij me achtervolgen en kreeg ik als afscheidscadeau een klodder spuug op mijn wang (misschien voor de zekerheid nog maar even een tbc-test doen?). De tweede keer dreigde hij me te vermoorden en in stukken te hakken. Misschien heeft hij bij de paramilitairen gezeten? Als ik hem in het donker tegenkom zet ik het wel op een lopen. Ik vertrouw er maar op dat ik harder kan rennen dan hij met zijn door drugs uitgeteerde lichaam.

Er doen ook verhalen de ronde dat er naast de gebruikelijke zakkenrollerij de laatste tijd meer gewapende berovingen plaatsvinden in de wijk waar ik in woon. Statistisch is het niet na te gaan, maar ik ken twee zeer recente gevallen uit mijn directe omgeving. Zo kreeg Julio, waar ik twee keer mee op stap ben geweest, drie weken geleden een pistool in zijn zij gedrukt. Hard ‘auxilio‘ roepen bleek genoeg om de dader te laten vluchten. Ik denk dat ik in zo’n geval maar beter niet de held uit ga hangen. Gewoon ‘tranquilo’ zeggen en netjes die peso’s overhandigen. Ik zorg er door dit soort verhalen wel voor dat ik zo min mogelijk geld bij me heb. En die bankpas laat ik voortaan ook maar thuis als ik hem niet nodig heb.

Andrea ontsnapte deze week aan een beroving door drie mannen hier bij mij in de straat. Die probeerden haar te omsingelen, waarop ze resoluut de op de hoek gelegen bakkerij in vluchtte. De uiterst sympathieke eigenaar – die laatst nog op ons verzoek overschakelde naar Nederland-IJsland – haalde resoluut een pistool (!) achter de toonbank vandaan en rende de straat op. De mannen waren al weggerend.

* Disclaimer: Ondergetekende acht zich niet verantwoordelijk voor het veroorzaken van overmatige bezorgdheid bij familie en vrienden. Lees vooral de laatste twee alinea’s niet als je rustig wilt slapen.

→ Leave a CommentCategories: Bogotá · Colombia

Kafka in Colombia

June 21, 2009 · Leave a Comment

Children taking it easy uphill on the way to Guaduas

Stel, je raakt je identiteitsbewijs kwijt. In Nederland ga je dan naar het stadhuis om een nieuw document op te vragen. Dat kan wat voeten in de aarde hebben, maar écht veel tijd zul je er niet aan kwijt zijn. In Colombia betekent het kwijtraken of beroofd worden van je ‘cedula’ (de moeder van de Colombiaanse persoonsdocumenten en veel belangrijker dan je paspoort) een lange, lange mars langs de instituties. Het kan zomaar drie jaar duren voordat je weer beschikt over dat papiertje. Voordat je weer bestaat. Want zonder cedula geen paspoort, geen bankrekening en geen toegang tot allerlei andere diensten.

Het is maar een van de vele voorbeelden van de verschrikkelijke bureaucratie waaraan Colombianen bijna dagelijks blootgesteld worden. Ga maar eens solliciteren: waar de meeste werkgevers in Nederland je op je blauwe ogen zullen geloven dat je CV de waarheid spreekt, moet je in Colombia met je originele diploma’s aan komen zetten om je beweringen hard te maken. Vaak is zelfs dat niet genoeg; om als bioloog of politicoloog erkend te worden zul je je tegen betaling – en uiteraard zonder dat daar ook maar iets tegenover staat – als zodanig moeten registreren. Maar dan ben je er nog niet, want je door de universiteit erkende diploma moet om duistere redenen eerst nog eens tegen betaling door een overheidsinstantie worden goedgekeurd. Als je gelukt hebt sta je daarvoor drie dagen in de rij, elke dag voor een ander loket.

Vanwege dit soort kafkaïaanse taferelen lopen Colombianen dag in dag uit met papieren te zeulen. Formulieren moeten vaak persoonlijk overhandigd worden, dus als je langs meerdere instanties moet ben je daar in een grote stad als Bogotá al gauw een dag aan kwijt. Of meer, als het kantoor voor je neus sluit. Om die kantoren in te kunnen word je overigens onderworpen aan een reeks rigoreuze veiligheidsmaatregelen. Van elke laptop die een gebouw binnenkomt wordt bijvoorbeeld merk en serienummer genoteerd, om diefstal te voorkomen.

In het verleden maakte de Colombiaanse bureaucratie zelfs slachtoffers. Er zijn gevallen bekend van mensen die onnodig op straat zijn doodgegaan, omdat ze hun verzekeringsbewijs niet bij zich bleken te hebben. Ze werden daarom voor de zekerheid maar niet geholpen. Van de zwervers die hier op straat liggen te slapen zou ik eigenlijk niet weten of de ambulancediensten zich over hen ontfermen als ze stervende zijn. Het lijkt me heel sterk.

→ Leave a CommentCategories: Uncategorized

Bedreigde onderzoeksjournalist laat ‘het andere Colombia’ zien

April 8, 2009 · Leave a Comment

hollman

De Colombiaanse journalist Hollman Morris was afgelopen weekend in Nederland voor de vertoning van een film over zijn werk op het door Amnesty International georganiseerde ‘Movies that matter’-festival. De 39-jarige Colombiaan viel met zijn kritische en onthullende reportages internationaal veelvuldig in de prijzen, maar wordt in eigen land voortdurend bedreigd.

Morris’ programma Contravía – door een publieke zender uitgezonden op een tijdstip waarop de meeste Colombianen al in bed liggen – laat de persoonlijke verhalen zien achter de bloedige oorlog die delen van het Zuid-Amerikaanse land al tientallen jaren in de greep houdt.

Intiem portret
In ‘Unwanted Witness’ (dinsdag om 19.00 nog te zien in Filmhuis Den Haag) volgt documentairemaker Juan José Lozano Morris vier maanden lang op de voet. Het levert een intiem portret op van een man die zijn kritische verslaggeving moet bekopen met een voortdurende stroom van bedreigingen uit de hoek van leger en aan de regering gelieerde paramilitaire groepen. Enkele jaren terug vertrok hij zelfs met zijn gezin naar Spanje toen de doodsverwensingen concreter werden. Colombia staat al jaren hoog op de ranglijst van voor journalisten meest dodelijke landen. Ook vakbondsleiders vallen er bij bosjes, en met ruim 3 miljoen interne vluchtelingen is het Latijns-Amerikaanse land na Soedan het land met de meeste ontheemden.

Met Contravía wil Morris naar eigen zeggen ‘het andere Colombia’ laten zien, het Colombia van de verdwijningen, de barbarij en het geweld. ‘Ik geloof niet in de bureaujournalistiek van de grote media, waarin alleen de experts aan het woord komen. Ik wil de stem van de slachtoffers laten horen en durf stelling te nemen. Ik kan niet onpartijdig blijven als ik oog in oog sta met een moordenaar.’

En dus reist Morris geregeld af naar de meer afgelegen plekken op het platteland, waar zich, ver van de grote steden, de grootste menselijke drama’s voltrekken. Van eenvoudige campesinos die van hun land zijn verdreven door de guerilla of aan de staat gelieerde rechtse paramilitaire groepen, omdat ze geen kant in het conflict wilden kiezen. Van arme cocaboeren die door de ‘war on drugs’ hun inkomen kwijtraken, maar door het falende sociaal-economische beleid van de Colombiaanse staat nauwelijks een alternatief hebben. En zo filmde Morris afgelopen najaar ook het keiharde optreden van het leger tegen indianen die in de regio Cauca demonstreerden voor meer landrechten. Andere media volstonden met het standpunt van de regering-Uribe, die de indianen volgens een vast stramien beticht van banden met de FARC.

Berlusconi
Ook Morris zelf is vele malen beschuldigd van sympathieën met de linkse narcoguerrilla. ‘Iedereen die het beleid van president Alvaro Uribe bekritiseert krijgt die – meestal ongefundeerde – beschuldiging vroeg of laat naar zijn hoofd geslingerd; oppositieleiders, mensenrechtenactivisten, vakbondsleiders, rechters, zelfs Human Rights Watch.’

Het ergste vindt Morris dat Uribe journalisten zoals hij persoonlijk via de media aanvalt, een strategie die hij lijkt te hebben afgekeken van de Italiaanse premier Silvio Berlusconi. ‘De bedreigingen komen weliswaar niet van de president, maar hij schept er wel uitdrukkelijk het klimaat voor.’

‘Uribe probeert daarmee de aandacht af te leiden van zijn eigen dubieuze verleden’, meent Morris, die nog eens wijst op de gerechtelijke onderzoeken die lopen tegen tientallen partijgenoten van de president, wegens vermeende banden met paramilitaire groeperingen. Er is geen officiële censuur in Colombia, benadrukt Morris. ‘Maar veel journalisten censureren zichzelf uit angst voor consequenties al op voorhand.’

Mede daardoor is het programma van Morris, waarvan hij in vijf jaar tijd bijna tweehonderd afleveringen maakte, een eilandje van onafhankelijke journalistiek in een medialandschap dat verder wordt gekenmerkt door een verregaande concentratie van macht. De twee grootste media-imperiums zijn in handen van twee rijke families, die ook eigenaar zijn van de meest invloedrijke Colombiaanse bedrijven: frisdrankgigant Postobon, luchtvaartmaatschappij Avianca en Bavaria (niet te verwarren met de Nederlandse brouwer). Van de twee belangrijkste commerciële televisiezenders zit vooral RCN helemaal op de lijn van de regering-Uribe. En El Tiempo, de belangrijkste krant van Colombia, was tot anderhalf jaar geleden eigendom van de invloedrijke familie Santos; de huidige vice-president Francisco Santos Calderón was er zelfs hoofdredacteur, maar legde die functie neer toen de campagne voor Uribe begon. Ook minister van Defensie Juan Manuel Santos maakt deel uit van de familie.

Derde presidentstermijn
De vanwege zijn harde aanpak van de FARC populair geworden Uribe probeert nu met een grondswetswijziging een derde presidentstermijn af te dwingen. ‘Dat zou erg schadelijk zijn voor de Colombiaanse democratie,’ zegt Morris, die echter ook de eerste haarscheurtjes waarneemt in de populariteit van de rechtse president.

‘Uribe praat alleen maar over de oorlog en heeft daarmee lang de aandacht kunnen afleiden van de sociale en economische problemen in het land, maar dat begint zo langzamerhand uit te werken. Bovendien is het een illusie om te denken dat de FARC militair te verslaan is. Dat gaat in ieder geval heel veel tijd, geld en slachtoffers kosten. Het alternatief is onderhandelen, zoals bijvoorbeeld voorgesteld door senator Piedad Córdoba en haar vredesorganisatie ‘Colombianos por la Paz ’. Voorwaarde is wel dat ook de guerrilla publiekelijk de ontvoeringen zal moeten afzweren en meer bereidheid moet tonen om te praten.’

(Eerder gepubliceerd op De Nieuwe Reporter )

→ Leave a CommentCategories: Colombia · Uncategorized
Tagged: , ,

Bogotá, not as dangerous as you think

April 10, 2008 · 2 Comments

Bogotá is not the place your parents want you to be, and telling other travelers you´re heading for the capital of Colombia is a guaranteed recipe for terrified reactions. For many, the city is synonymous with violence, like the whole country.

True, Colombia only seems to hit the headlines when bad stuff is happening. But does it really live up to its bloody image? Strolling down the streets of Bogotá, the answer is clearly ´no´.

To be sure, there is still a conflict in Colombia. But the fighting between leftist guerrilla, paramilitary groups and the army mostly takes place in remote jungle regions and rural areas. As for most of the (decreasing number of) assassinations and kidnappings.

Bogotá, in the beginning of the 1990´s still considered as one of the world´s most violent cities, is no longer for the brave, as the New York Times stated a while ago. For a metropole with such a bad name, it´s indeed surprisingly easy-going. Bogotá has a nice colonial quarter, a lively cultural scene, several options for a good ´rumba´ and lots of friendly people. The capital of Colombia is certainly not the dirty little jungle town that Hollywood wants you to believe.

The statistics support the feeling you get on the streets of the city centre. Between 1995 and 2005, the homicide rate dropped with a sheer 71 percent to 23 per 100,000 inhabitants. Washington D.C. has a higher murder rate, as have Mexico City, Rio de Janeiro and Chicago, among others.

How did a notoriously dangerous place like Bogotá transform into a relatively safe and well-run city?

To be continued…

→ 2 CommentsCategories: Bogotá · Colombia
Tagged: ,

More fun with volcanoes

April 1, 2008 · 1 Comment

vulkaan3.jpg

For some people simply climbing a volcano isn´t exciting enough. There should be a reward waiting on the top, something better than a great view. Why not board down the slopes after you went through all the trouble of getting there?

That´s what Darryn Webb, the Australian owner of a popular hostel in Léon, Nicaragua, must have thought when he hiked the nearby Cerro Negro, an active volcano that usually erupts every seven years.

Using a regular sandboard proved to be too painful of an experience. The sharp volcanic gravel shreds your skin to pieces if you fall. After experimenting with mattrasses, coffee tables, fridge doors and other unconventional means of transport Webb decided a simple wooden plank with a strip of plastic would do the trick. Ever since, thousands of tourists sped or tumbled down the black mountain. This afternoon about 25 tourists from all over the world put their lifes at risk.

After a 40-minute hike the summit of the smoking volcano offers magnificent views over the Nicaraguan landscape, including several other volcanic cones. As we walk through clouds of sulfur, our Dutch guide Kim shares some nerve-wrecking news. The Cerro Negro, with 158 years the youngest volcano in Nicaragua, is a little bit over time. In line with its seven year cycle, it should have erupted about two years ago. But no worries, she says with a smile on her face, if it suddenly decides to burst, it still takes about 40 minutes before hell breaks loose.

Before descending, we all dress up in neat orange overalls and safety glasses, as if an American penitentiary facility decided to organise a hike for its prisoners. After all the tension building up, my run is a bit of an anticlimax. Whereas some of the other boarders seem to reach speeds up to 40 or 50 km an hour, my plank eats itself into the black gravel time after time. I´ll stick to snowboarding in the future.

→ 1 CommentCategories: Nicaragua

Dead tree country

March 18, 2008 · Leave a Comment

Volcán Tajumulco, Guatemala, with 4,220 meters the highest point in Central America. When walking up, you come across a serene forest of dead trees.

Dead tree against horizon, Tajumulco

Volcán Tajumulco, Guatemala, 28th of February 2008

→ Leave a CommentCategories: Guatemala

Family life in Xela

February 23, 2008 · 1 Comment

Food

Taking a crash course in Spanish in Quetzaltenango (Xela) involves living with a Guatemalan family. Homestay forces you to immediately practice the skills you acquire in morning class.

Last week I lived with the R’s, a couple in their early forties with a 17-year old daughter and a 14 year old son. We usually met for breakfast, lunch and dinner. Unfortunately, their working class-cooking wasn’t exactly a feast for the papillae. Some day menu’s:

Monday

  • Porridge with cornflakes
  • Plain spaghetti with tasteless fresh cheese
  • Scrambled eggs
  • Dry tortilla pancakes

Tuesday

  • Small, thick pancakes with maple syrup
  • Overboiled ‘rice porridge with shrimps
  • Egg soup
  • Dry tortilla pancakes

Wednesday

  • Scrambled eggs
  • Baked banana’s (not bad)
  • Bitter Guacamole, Refried bean paste (love that stuff!)
  • Dry tortilla pancakes

It wouldn’t be so bad if the desayuno’s, almuerzo’s and cena’s were accompanied with some mean Spanish exercising. Unfortunately, my guest family was more interested in watching Mexican dating shows and Colombian soap opera’s with the worst actors you can imagine.

Today I relocated to the house of a sweet and talkative evangelical couple my compañero Jeroen already lived in for a week. It really sounds more scary than it is. Besides, they are better cooks.

→ 1 CommentCategories: Guatemala · Quetzaltenango · Xela
Tagged: , , ,

Guns Guns Guns

February 16, 2008 · 3 Comments

Before I left for Guatemala City, I heard a lot of crazy stories about this place. Armed robberies and rapes seem to be day-to-day practice. Pick up a copy of the Prensa Libre and you´ll find out that these stories are unfortunately not even unfounded. And research by The UN Development Program and Human Rights Watch states that ´Guate´, as the city is called here, has the highest murder rate per capita of Latin America.

I must admit these facts filled me with a certain sense of insecurity, strolling down the streets of this dirty chaotic metropole. Especially when carrying a big backpack and being a blond gringo without a sun tan.

The Guatemalans seem to share my concerns; army presence is high and cops or private guards with machine guns and shotguns are part of the scenery. But although they are here to protect me (I hope), they make me feel uncomfortable as well. What are they expecting?

On Thursday evening, the threat suddenly becomes very real. When my Guatemalan friend Wendy drives her car in Zona 1, we witness the aftermath of a fresh murder scene in a street we were supposed to pass through. A forensic team has already put the signs on the asphalt to mark the used bullets.

No reason to be paranoid of course. Most of the violence is gang-related, a situation that grew worse after the US started deporting Latin American drug dealers back to their countries.

And Wendy, who lives here for 27 years, was robbed only twice, of which once with a gun. No reason to be paranoid at all.

→ 3 CommentsCategories: Guatemala
Tagged: , ,